QR Code Business Card

Wat doen de Stoïcijnen met kwetsbaarheid? Niets. Als je mijn artikel hierover wilt lezen in Loopbaanvisie, zie hieronder. Meer over kwetsbaarheid is te vinden in de special van Loopbaanvisie 

 

Koester je kwetsbaarheid door er niets mee te doen

 

Gekwetst word je altijd, vroeg en laat, bedoeld en onbedoeld. We willen gerechtigheid maar krijgen het vaak niet. En hoe meer toewijding en betrokkenheid je aan de dag legt, des te gemakkelijker word je gekwetst. De stoïcijnen adviseren ons om je nooit door negatieve emoties of door goedkeuring van anderen te laten leiden in je gedrag. Is dat zinvol? En welke drijfveren blijven er dan over?

 

Geen mens die onder mensen wil leven blijft vrij van kwetsing. Alleen al vanwege het simpele feit dat we allemaal anders zijn. Toch hebben we verwachtingen van elkaar die gebaseerd zijn op hoe we zelf in elkaar zitten. Als jij altijd diplomatisch en zachtmoedig bent bij de beoordeling van andermans werk, verwacht je dat een ander ook mild zal zijn in zijn oordeel over jou. Of als jij de gewoonte hebt om mensen te complimenteren over hun kleding -ook als je het nu niet direct mooi vindt- dan verwacht je dat van anderen ook. Het zijn de normen en verwachtingen waar je zelf mee rondloopt die je op anderen projecteert. En helaas gaat deze formule altijd op:

teleurstelling = verwachting ./. resultaat; hoe groter de verwachting, hoe groter de teleurstelling. De oplossing? Geen verwachtingen meer hebben; niet ten aanzien van de hulpvaardigheid van je collega’s, niet ten aanzien van de integriteit van je baas en niet ten aanzien van de loyaliteit van je klanten.

 

Heb geen enkele verwachting

Dat lijkt cynisch maar het tegendeel is waar. Het wordt pas cynisch als je geen verwachtingen meer hebt vanuit een ongeloof in de mensheid, of omdat je zelf een cynisch persoon bent die nergens waarde aan hecht. Je kunt echter beide doen. je kunt houden van mensen en ze vertrouwen waar mogelijk, maar er rekening mee houden dat ze niet naar jouw normen zullen handelen. Wat dat oplevert is dat je, als mensen tegenvallen, je je niet door gevoelens van teleurstelling en gekwetstheid laat overspoelen. Toegegeven, grote emoties als verdriet en boosheid kunnen natuurlijk een gevoel van power geven; je bijvoorbeeld kracht geven om je mond open te doen. En toch is dit niet de juiste motivatie om te handelen. Waarom je niet vanuit sterke emoties moet reageren? Omdat emoties daadwerkelijk je denken vertroebelen. Ze belemmeren je afstand te nemen van een situatie en zorgen dat je de dingen niet helder ziet. Als je gedreven door emoties reageert of beslist is het vrijwel nooit een wijze beslissing. Want wijsheid behoeft gemoedsrust en overzicht, aldus de stoïcijnen en andere oude Griekse filosofische scholen.

 

Verleng je emoties niet met je denken (René Gude)

De gedachte dat gevoelens je verstandige handelen vertroebelen komt onder meer uit de stoïcijnse filosofie. Het gaat er de stoïcijnen overigens niet om dat je gevoelloos zou moeten worden. In tegendeel. Gevoelens zijn belangrijke richtingwijzers bij keuzes, maar het gaat erom dat je naast je voelen ook blijft denken; niet wegduwen van het gevoel dus, maar het laten voor wat het is en tegelijkertijd bijven denken. Voormalig denker des vaderlands René Gude heeft dit gedachtegoed heel raak verwoord in zijn volgende uitspraak: ‘Je moet je emoties niet met je denken verlengen’. De grote stoïcijn Epictetus zei het in de eerste eeuw zo: ‘Het zijn niet de dingen die de mens ongelukkig maken, maar de voorstellingen bij de dingen’. Niet wat er gebeurt doet je lijden, maar de gedachten en voorstellingen die je er allemaal aan verbindt, maken een teleurstelling tot een lijdensweg.

Stel je naaste collega vertelt je dat zij jou ongeschikt vindt voor een functie die je zielsgraag wilt. Zo’n opmerking doet pijn. Een vruchtbare reactie is dan om eerst even niets te doen. En zeker niet meteen dingen te denken als: ‘wat een trouweloze collega’, of ‘wat vals, terwijl ik altijd zo aardig ben geweest’, of de andere kant op denkend: ‘ja, inderdaad, ik ben ook een nietsnut’. Bijna altijd heb je in dit soort situaties ook de bijgedachte dat iemand het ‘om een reden zegt’. Je wilt als het ware niet geloven dat het gewoon een oprechte beoordeling van je collega is. Al dat soort gedachten leiden je af van een meer pragmatische aanpak. Natuurlijk doet het pijn als iemand zoiets zegt. Die pijn kan je voelen als een steek in je borst of een benauwdheid in je hart. Het is ellendig, maar als je die pijn slechts ‘aankijkt’ (en geen bijgedachten bij hebt), dan trekt die ook weer weg en kun je daarna weer helder denken. Het is dan wellicht zinvol om die collega te vragen waarom zij dat zegt. Vraag vooral door. Vanuit mijn eigen praktijk voor socratische gespreksvoering weet ik: ‘dit zijn de gesprekken waar veel valt te halen, zowel voor jezelf als voor de ander: wat zijn haar argumenten? En op welke ervaringen zijn die argumenten gestoeld? Heeft zij de achtergond en positie waardoor inderdaad waarde aan deze argumenten gehecht moet worden? Wat kun jij daarvan leren? Betekent dat dat je op dit moment misschien niet geschikt bent volgens haar, maar later wel? Heeft zij tips hoe je je voor de toekomst geschikt kan worden voor zo’n functie? Bij zo’n niet-geëmotioneerd maar feitelijke aanpak behoort ook het besef dat dit slecht één persoon is die dit zegt. Het zou verstandig zijn meerdere mensen te vragen wat hun mening en hun argumenten zijn en deze naast elkaar te leggen. En stel die vragen dan niet aan mensen die alleen maar aardig tegen je willen zijn, want dat levert geen informatie op.

 

Ga na wat je kunt veranderen en verspil geen energie aan de rest

Deze benadering lijkt tot onverschilligheid te leiden; alsof je niets geeft om de waardering van je naasten. Het tegendeel is waar. Gekwetst reageren gaat over jezelf, de ander serieus nemen in wat zij zegt getuigt van betrokkenheid bij de ander en betrokkenheid bij het onderwerp waar het werkelijk om gaat: ‘ben jij geschikt voor een functie of niet?’ Je bent dan juist niet onverschillig maar geïnteresseerd.

Hoe eerder je de juiste informatie hebt, des te beter kun je handelen om alsnog je doel te bereiken. Aandacht geven aan gevoeligheid en gekwetstheid levert slechts kortstondige genoegdoening op en geen praktisch resultaat. Een pragmatische aanpak houdt in dat je goed geïnformeerd bent en vervolgens stappen zet – al dan niet samen met collega’s – om te bewerkstelligen wat je wilt bereiken. Verspil geen energie aan negatieve emoties. Ze sieren je niet, ze helpen je niet.

“Vrijheid en geluk beginnen bij het heldere begrip van één principe: over sommige zaken hebben we controle, over andere zaken kunnen we geen controle uitoefenen. Pas als je in je leven geconfronteerd bent geweest met deze fundamentele regel die je helpt onderscheid te maken tussen wat je wel en niet kunt controleren, worden innerlijke rust en effectiviteit mogelijk.” Ook dit is een uitspraak van Epictetus uit zijn handboek. Epictetus zelf heeft nooit iets opgeschoven maar zijn leerling Arrianus verzamelde veel van zijn uitspraken in een handboek, Encheiridion in het jaar 138.

 

Kwetsbaarheid is de voedingsbodem voor onverschilligheid

Wat dan wel? Moeten we onverschillig zijn ten aanzien van onze emoties en de waardering van onze collega’s? Terwijl toch bekend is dat waardering een van de belangrijkste drijfveren in werken is? Nee, dit gaat niet over onverschilligheid maar over onafhankelijkheid.

Onverschilligheid ligt juist op de loer als je te veel aandacht aan je kwetsbaarheid geeft: na meerdere keren teleurgesteld te zijn geef je het op. Je motivatie dooft uit en je werkt alleen nog maar op de automatische piloot. ‘Wat de moderne mens in de weg zit is onverschilligheid jegens zichzelf’, zegt de Duitse filosoof Erich Fromm. Onverschilligheid is misschien wel de grootste bedreiging van werkvreugde en daarmee van kwaliteit en resultaat van werken. Hoe toegewijd en daadkrachtig zijn degenen niet die enthousiast aan een nieuwe baan beginnen? De jonge verpleegster die vastberaden is mensen heel goed te verzorgen. Of de jonge politieagent die, vers op straat, weet dat hij rechtvaardig zal handelen. Dat enthousiasme wordt vroeg of laat gestuit. Door een jaloerse collega die vertelt dat je het niet goed doet. Door een baas die zijn onvrede uit, of door lieve teamgenoten die het goed bedoelen maar het verkeerde zeggen. Echter, als je je met onverschilligheid gaat wapenen tegen teleurstellingen zal je niet meer van je werk kunnen genieten. Dat is de paradox van werkplezier: in datgene dat jou het meest motiveert ben je het meest kwetsbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat dan? Kun je je afhankelijkheid van waardering terugdraaien zonder je enthousiasme te verliezen? Ja, wel als je een eigen, innerlijke drijfveer hebt. Een verlangen dat maakt dat je dit werk wilt doen, ongeacht of anderen dat gaan waarderen. En dat heeft niets met individualisme en navelstaarderij te maken. Juist de onafhankelijkheid van andermans oordeel -terwijl je wel heel goed naar elkaar luistert- maakt de samenwerking liefdevoller, eerlijker, beter.

 

 

In welke sfeer ben jij geworteld?

Intrinsieke motivatie dus. Wat motiveert jou persoonlijk? Durf je te gaan staan voor wat voor jou betekenis heeft, al is het in de ogen van anderen onbelangrijk of onbenullig? Weet je nog waar je warm voor kon lopen toen je net aan je loopbaan begon? Wat heeft waarde voor jou?

In je onderzoek naar wat voor jou betekenis heeft kun je bijvoorbeeld het agoramodel van René Gude gebruiken. Het is een vereenvoudigde manier van aankijken tegen het leven. Volgens het agoramodel speelt ieders leven zich af binnen slechts acht gebouwen: je woonhuis, de buurtvereniging, het werk, de overheid, de sportschool, het theater, de kerk en de school. Dit waren de gebouwen die 2500 jaar geleden op de Atheense agora stonden en dit zijn nog steeds de gebouwen waarin wij dagelijks vertoeven. Bovendien is dat overal ter wereld hetzelfde. Die gebouwen staan voor de acht sferen waarin we leven, respectievelijk privé, publiek, privaat, politiek, sport, kunst, religie en wetenschap. Daaromheen is er de negende sfeer, de ecosfeer. We begeven ons dagelijks van de ene naar de andere sfeer en in elke sfeer gelden andere waarden: in de privé sfeer zijn bijvoorbeeld vriendschap, liefde en harmonie belangrijk, terwijl dat op school eerder ijver en nauwkeurigheid zijn. Niet elke sfeer is voor iedereen even betekenisvol. Dat hangt samen met de sfeer waarin je opgegroeid bent. Als je ouders in de zorg werkten dan hecht je aan de waarden van de publieke sfeer: zorgzaamheid, delen, gelijkheid. Als je vroeger thuis een winkel had dan zeggen de waarden van de private sfeer jou het meest: zelfstandig zijn, hard werken, de klant is koning. Alle sferen en alle waarden zijn belangrijk voor een samenleving in balans, maar we hebben allemaal ‘agorafobie’, zoals René Gude zegt: ‘We durven het plein niet over te steken naar een sfeer die we minder goed kennen’. En daardoor begrijpen we elkaars waarden lang niet altijd.

 

Graaf uit wat voor jou betekenis had

Zin of betekenis geven aan werk is niets anders dan dat je je persoonlijk kunt verbinden met je werk. Naast de sferen waarin je opgegroeid bent, zorgen ook je persoonlijke herinneringen en contacten en je lichamelijke en psychische affiniteiten voor de mogelijkheid je te verbinden en betekenis te geven aan wat je doet. Wat je hebt meegemaakt, de mensen die je kent, de ervaring die je hebt opgedaan, maar ook je favoriete zintuigen: ruiken, proeven, aanraken, voegen zin toe aan het werk dat je doet.

We verlangen allemaal iets zinvols te doen, maar wat zinvol is is voor iedereen verschillend. Gelukkig maar. Zo krijgen we een pluriforme, evenwichtige samenleving.

Het probleem is dat we te snel ontgoocheld zijn als anderen onze zin niet serieus nemen. Weet je nog hoe jij begon? Je rotsvast geloof dat je verschil kon maken? Bijna elke loopbaan, elk jong bedrijf begint met liefde. De Jonge zakenman, de meubelmaker in opleiding, de loopjongen in een reclame bureau. Ze hebben dromen. Die gaan over hoe ze betekenis aan hun leven kunnen geven. Maar vaak al na een eerste afkeuring worden de bakens verzet en gaan we ons richten op homogene, algemeen geaccepteerde doelen als succes, promotie, status. De oorspronkelijke liefde verdwijnt uit beeld. Dat betekent niet dat er geen liefde was en is. Hij is alleen verstopt, vergeten, te kwetsbaar. Na een paar jaar werken zit je in een groef en besef je niet eens meer dat er zoiets als liefde voor werk bij jou onder de rommelige oppervlakte sluimert.

 

Wie zijn eigen pad terugloopt kan kostbare zaken opgraven die voor hem of haar eigenlijk altijd al betekenis hebben gehad, maar die anderen in hun omgeving misschien niet konden waarderen. Neem het anderen niet kwalijk. Ze hebben ook maar hun eigen kleine perspectief. Heb je het vermogen om toegewijd te zijn aan iets? Dan is dat je cadeau en je houvast. En beschouw de incidentele waardering van anderen als extraatje.

 

Marlou van Paridon, april 2018

 

Bronnen:

Epictetus, 2011, Verzameld werk, Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep.

Rene Gude, 2016, Het agoramodel, ISVW Uitgevers.

Erich Fromm, 2014, Liefhebben, een kunst, een kunde, Uitgeverij Bijlevelt.