QR Code Business Card

Een boek is niet alleen een boek. Als je een boek schrijft komt er een hele wereld mee. Mensen die je willen zien en spreken. Een boek schrijven betekent ook dat je iets wat van jou is ‘uit handen geeft’. Vanaf het moment dat de tekst definitief is, is die van iedereen. Je kunt er niets meer aan toevoegen en iedereen mag zijn interpretatie er op los laten. Hoe je het bedoeld hebt telt niet meer, maar alleen wat mensen er mee doen. Nu valt het bij mijn nieuwste boek, De Kunst van het Stralen, mee want het is een héél dankbaar onderwerp. Mensen gaan stralen, alleen al van het idee dat zijzelf ook kunnen stralen en er ontstaat meteen een geanimeerde sfeer, waarin iedereen heel ontvankelijk is voor van je boodschap.

Maar laatst op een bijeenkomst rondom het boek die knetterde van positieve energie, ving ik toch wat tegengeluiden op die me even flink lamlegden. Twee goed uitziende mannen van rond de 50 stonden een beetje langs de kant met elkaar te praten. De oudste en grootste, een bewegelijke grijze man, vroeg aan de ander: ‘wat vind jij nou van dit boek?’ De ander, een kleine knapperd met een iets gezwollen borstkas zei: ‘Ach weet je, ik word zo moe van al die vrouwen tegen de 50 die zichzelf denken gevonden te hebben’. ‘En ik als schrijfster zag mezelf natuurlijk onmiddellijk staan: zo’n vrouwtje dat in het juiste licht nog net voor aantrekkelijk doorkan, die ontzettend graag bevestigd wil hebben dat wat ze doet ergens over gáát’. Ik zat er meteen flink doorheen, moet ik zeggen.

Het afgeluisterde gesprek bleef zich de dagen daarna herhalen in mijn hoofd. Ik had het er moeilijk mee, tot ik dacht: kan ik de theorie uit De Kunst van het Stralen niet toepassen op dit verhaal? Waar gaat dit over? Acceptatie! Positiviteit! Als ik nu eens accepteer dat die kleine man ‘moe wordt van vrouwen tegen de 50 die zichzelf gevonden hebben’ en daar verder geen negatieve beelden aan koppel. Het is wat het is. Hij wordt daar moe van. Dan rijst meteen de vraag: ‘Waarom zou hij daar moe van worden? Hangen die vrouwen tegen hem aan en bezwijkt hij onder het gewicht? Hebben ze te weinig aandacht voor hem omdat ze het te druk met zichzelf hebben. Voelt hij zich buitengesloten door deze vrouwen? Of wordt hij moe van het besef dat hij zichzelf niet kan vinden en zij kennelijk wel? Er zijn heel veel varianten mogelijk, maar één ding is duidelijk: je wordt niet moe als een ander oprecht blij met zichzelf is. Je wordt moe van iets waar je last van hebt. Ik heb besloten hem binnenkort te vragen wát het nou precies is dat maakt dat hij moe wordt van vrouwen die blij zijn met zichzelf.

Ik was in elk geval op slag niet meer teneergeslagen omdat ik besefte dat dit niet over mij ging, noch over De Kunst van het Stralen, maar over een vermoeide man.